De brand op De Meinweg is alweer een aantal weken geleden. Er groeit inmiddels gras tussen de verschroeide heide. Fris groen tegen al dat treurige zwart. Wat mij opvalt: er staan nog verrassend veel bomen overeind. Voor wie oppervlakkig kijkt, lijkt de schade mee te vallen, maar is dat ook echt zo? Bioloog en ecoloog Ton Lenders doet al tientallen jaren onderzoek in De Meinweg, onder andere naar hét icoon van de Meinweg: de adder. Als iemand kan vertellen over hoe het nu met de adders en met andere dieren in het verbrande gebied gaat, is hij het.

Adders

Peter Keijsers heeft een prachtige foto gemaakt van een adder die de brand heeft overleefd. Het dier ligt in het verschroeide gras en richt zijn kop op. Bijna alsof hij wil zeggen ‘Ha, ik ben er nog!’ Is hij een van de weinige adders die is ontkomen aan het vuur? Of valt het mee? “De brand heeft op veel plekken snel en oppervlakkig gewoed,” zegt Ton Lenders. “Een aantal kleine dieren, waaronder adders, kon op tijd wegkruipen in holen van muizen of konijnen. Zo overleefden ze de brand. Er is maar één adder met een brandwond aan de staart gevonden. Dit dier was levendig en leek weinig last te hebben van de verwonding. Bij branden in het verleden hebben we nog jarenlang adders teruggevonden met littekens van brandwonden. Adders kunnen dit soort rampen blijkbaar overleven. Het leefgebied van de dieren heeft wel nog jaren nodig om volledig te herstellen.”

Reptielen en amfibieën

Ook voor andere reptielen lijkt de schade mee te vallen. “Er zijn enkele dode hagedissen en hazelwormen gevonden. Dode gladde slangen hebben we niet gevonden,” vertelt de bioloog. “Dat betekent niet dat alle gladde slangen in het gebied de brand hebben overleefd. Mogelijk zijn er al dode dieren opgeruimd door aaseters en roofdieren. Wat gunstig is: het vuur is aan de belangrijkste leefgebieden van reptielen voorbij gegaan. Wat de amfibieën betreft: daarvan zaten er veel in het water om zich voort te planten. Dieren die al uit het water waren, hebben in elk geval nog voor nageslacht kunnen zorgen.”

Langzaam terug naar vroeger

Waar ik zelf nog niet aan had gedacht, zijn insecten. “In het gebied kwam een aantal soorten mieren voor,” vertelt Ton Lenders. “Ze waren onder andere te vinden op open plekken, in struikheidevelden, in de buurt van bomen en in de buurt van takkenhopen. Of de mierenvolken door de brand zijn verdwenen, weten we nog niet. Dat moet de tijd leren, maar we verwachten dat deze soorten zich zullen herstellen. Veel zal afhangen van hoe snel de heide herstelt.” Datzelfde geldt voor de grotere dieren als vogels, zwijnen, herten en reeën. Ton: “De meesten konden op tijd vluchten voor het vuur.” Het klinkt alsof de onderzoekers optimistisch zijn. “Dat klopt, maar bedenk wel dat dit de eerste bevindingen zijn. Er is nog veel onderzoek nodig om te kunnen zeggen wat de effecten van de brand zijn. Het gebied heeft nog jaren nodig om zich te herstellen.”

Help je de Meinweg mee?

We blijven Ton en de dieren volgen en hopen dat het gebied over een aantal jarenweer net zo prachtig is als het was. Kan ik daar een handje bij helpen? Jazeker, en jij ook. Door op de paden te blijven als je er gaat wandelen. Zo verstoor je de dieren in het gebied niet. Rook niet, gooi natuurlijk geen brandende peuk weg en laat geen afval achter. Je staat er misschien niet bij stil, maar in de felle zon kan afval vlam  vatten. Als het erg droog is, kan dat beetje afval of die peuk van jou een onbeheersbaar grote brand tot gevolg hebben. En een herhaling van deze brand wil niemand.

Monique Kruijtzer

Foto: Leon Frenken