Op 26 januari is het 75 jaar geleden dat Posterholt werd bevrijd. De laatste dagen werd er nog hard gevochten. Een deel van de inwoners was geëvacueerd naar Zuid-Limburg, de rest bleef achter in de frontlijn. Aan de hand van verhalen van ooggetuigen, verslagen uit archieven en andere publicaties beschreef Roy Pfennings de spannende dagen voor de bevrijding van Posterholt.  

Gevecht om Posterholt

Posterholt had het die laatste weken van de oorlog minder zwaar dan de andere dorpen in de Roerstreek. De inwoners werden niet door de Duitsers geëvacueerd en er was minder granaatvuur dan in andere dorpen. Op 25 januari bliezen de Duitsers de kerk van Posterholt op zodat deze door de Tommies niet gebruikt kon worden als oriëntatiepunt of uitkijkpost.

Dorpstraat in Posterholt in 1941-1942. Rustig ogende straat met een paar huizen en een kerk.

Verkenners met sigaretten

Het Reutje werd in de middag van 25 januari bevrijd. Een verkenningseenheid onder leiding van Luitenant Hunter bereikte de rand van Posterholt. Op de Donk deelden ze sigaretten uit aan enkele verbaasde inwoners. Na de succesvolle verkenning stonden de tanks van het 1st Royal Tank Regiment en 5th Queens aan de rand van het dorp. Bij het invallen van de avond besloot men die dag niet verder op te rukken. De inlichtingen die van Lt Hunter waren ontvangen, toonden aan dat de Duitsers bezig waren Posterholt te verlaten. Hoe minder er gevochten moest worden om de Roer te bereiken, hoe beter.

Aftocht Duitsers

In de avond van 25 januari kwamen er nog steeds mensen uit Vlodrop richting Posterholt, in de hoop eerder door ‘de Tommy’ bevrijd te worden. Niemand waagde zich die avond nog op straat, bang om opgepakt of toch nog geëvacueerd te worden. In angstige spanning zat men in het donker bij elkaar, de mannen gereed om bij het eerste seintje in hun schuilplaatsen te duiken. Het was stil in het dorp dat onder een witte winterse deken lag. Er was geen Duitser te zien en er werd niet geschoten. Toen, tegen 03.00 uur, klonken gedempte voetstappen in de Hoofdstraat. Uit de richting van de Donk kwamen de Duitsers en sloften door de straat. Voorbij de verwoeste kerk sloeg men links een weg in, op weg naar de Heimat. Na een poosje kwam opnieuw een groep Duitse soldaten  voorbij. Dit was kennelijk de achterhoede die de aftocht van hun kameraden had moeten dekken.

Toch een gevecht

Na een lange slapeloze nacht voor de inwoners brak de ochtend van vrijdag 26 januari aan. Om 09.00 uur was er in het dorp nog steeds niets gebeurd. Het was merkwaardig stil. Enkele inwoners waagden het erop en besloten over de Donk richting Tommies te lopen. In een flauwe bocht aan de linkerkant van de weg zagen zij de eerste Tommy achter een vreemdsoortig machinegeweer op een tweepoot. Hij droeg een kakikleurige muts en had zijn gezicht zwart gemaakt. De Britten hadden al een brug over de Leigraaf gelegd en aan de overzijde van de beek stonden de eerste Britse voertuigen en tanks. Even later werden de voertuigen en tanks gestart om Posterholt binnen te rijden. Maar de Duitse waarnemers hoorden dit ook, met als gevolg dat de Duitse artillerie het vuur opende op de Britten. Gedurende meer dan een uur lag er een verschrikkelijk artillerievuur op de toegangswegen van Posterholt. De opmars van de Britten werd toch opnieuw vertraagd. Het liep al tegen de middag toen ze eindelijk het dorp binnentrokken.

Inwoners in de frontlijn

De Engelsen konden niet verder naar Vlodrop en de infanterie groef zich in langs de weg naar Vlodrop. Zoals gebruikelijk begonnen de Duitsers in de namiddag en avond van 26 januari het nu door de Britten bezette Posterholt met granaten te bestoken. De inwoners zagen zich opnieuw gedwongen de kelders op te zoeken. Niet veel later moesten zij op last van de Britse legerautoriteiten evacueren naar Zuid-Limburg. Ongeveer de helft van de mensen bleef in het dorp achter. Zij leefden nog een maand in de frontlijn. Vanuit Posterholt nam eerst de Engelse en later de Amerikaanse artillerie Vlodrop onder vuur. Het front bleef nog een maand aan de rand van het dorp liggen en de Britten werden 16 februari afgelost door eenheden van de Amerikaanse 8th Armored Division. Deze hebben nog enkele patrouilles uitgevoerd en uiteindelijk het buurtschap de Holst ingenomen.