Het stoken van hout in een open haard of houtkachel is warm en gezellig. Maar het kan ook overlast geven in de vorm van rook en geur. Het kan zelfs ongezond zijn voor uzelf en uw omgeving. U voorkomt dit door op de juiste manier te stoken. Zo haalt u ook nog meer rendement uit uw kachel.

Tips voor juist stoken

Op de juiste manier stoken voorkomt problemen:

  • Gebruik alleen onbewerkt, droog hout met een vochtgehalte van maximaal 20%. Dit kunt u meten met een houtvochtmeter.
  • Zorg verder dat het rookkanaal aan de regels voldoet. Laat het minstens eenmaal per jaar vegen door een gespecialiseerd bedrijf.
  • Gebruik geen papier of karton maar aanmaakblokjes of –houtjes. Zorg voor meer luchtaanvoer als de vlammen oranje zijn en er donkere rook uit de schoorsteen komt. Bij goed stoken is er bijna geen rook en zijn de vlammen geel.
  • Zorg ten slotte voor een goede ventilatie.

Stookalert

Bij het stoken van een houtkachel moet u rekening houden met het weer. Als het windstil of mistig is, blijft de rook in uw omgeving hangen. Dat is ongezond voor uzelf en uw buurtgenoten. Als de omstandigheden ongunstig zijn voor het stoken van houtkachels, geeft het RIVM een stookalert af. U kunt zich aanmelden voor dit stookalert met uw e-mail. Meer informatie staat op www.rivm.nl/stookalert. Of kijk op www.stookwijzer.nu.

Overlast

Heeft u last van de houtkachel van een buurtgenoot? Ga dan eerst in gesprek met degene die de overlast veroorzaakt. Lukt dat niet, dan kunt u een melding doen bij de gemeente. Dat kan ook via de app Fixi.

 

Heeft u gevonden wat u zocht?